Geen producten
Trachycarpus Wagnerianus
De Trachycarpus Wagnerianus is een compacte palmboom met een dicht bladerenpakket die goed tegen kou kan. Hij groeit langzaam en leeft heel lang, dus je hebt jarenlang plezier van deze plant. Met goede verzorging en winterbescherming gedijt hij ook in Noord-Europese klimaten.
Standplaats
Zet je palmboom op een plek met veel licht. Hoe meer zon, hoe beter, maar hij kan ook met wat minder toe. Een zonnige zuidwand of een warme hoek van je huis is ideaal.
Deze palm houdt niet van wind. Als je hem buiten zet, zorg dan voor een beschermde plek waar hij niet volledig wordt blootgesteld aan stormen.
Water geven
Water je palm regelmatig, maar niet te veel. De grond mag tussen twee waterbeurten iets opdrogen. Controleer met je vinger: alleen water geven wanneer de bovenste twee centimeter grond droog aanvoelt.
In de zomer geef je vaker water dan in de winter. Zorg dat overtollig water altijd uit de pot kan via de drainagegaten. Gebruik regenwater of leidingwater dat een nacht heeft gestaan, zodat het chloor eruit kan verdampen.
In de winter geef je alleen genoeg om de grond niet volledig uit te laten drogen.
Bemesting
Geef je palm van april tot oktober elke twee weken voeding. Gebruik een voeding voor palmen of een gewone huisplantvoeding, en volg de dosering op de verpakking.
In het najaar en de winter geef je geen voeding. De palm groeit dan langzaam en heeft minder voedsel nodig.
Winterbescherming en overwinteren
De Trachycarpus Wagnerianus is behoorlijk vorstbestendig en kan temperaturen tot ongeveer min tien graden Celsius aan. Maar in Noord-Europese winters heb je bescherming nodig als je hem buiten zet.
Wikkel de stam en de bladerkroon voor het eerste vorst in iets wat lucht doorlaat, bijvoorbeeld jute of waagstukken. Dit voorkomt dat de bladeren bevriezen. Zorg dat de bescherming goed vastgaat zodat wind hem niet losrukt.
Als je de palm in een pot houdt, zet hem dan tegen een warme muur en bescherm de pot met bubbeltjesplastic of een andere isolatielaag. Zo worden de wortels niet te koud. Zet de boom pas naar buiten wanneer de nachtvorst voorbij is.
Gele of bruine bladeren
Gele of bruine bladeren kunnen veel oorzaken hebben. Meestal komt het door overmatig water of een plotselinge temperatuurverandering. Controleer of het water goed uit de pot kan.
Te weinig licht geeft ook gele bladeren. Zet de palm dan op een lichter plekje.
Bruine bladertopjes ontstaan soms door droge lucht of te veel zout in het water. Gebruik liever regenwater, en spuit de bladeren op warme dagen in met water uit een spuitfles.
Oude bladeren verwijderen
Verwijder oude, gele of bruine bladeren zodra je ze ziet. Dit ziet er netter uit en geeft de palm energie om nieuwe bladeren te groeien.
Knip de bladstelen zo dicht mogelijk tegen de stam af, maar zorg dat je niet in het groeiende hart snijdt. De kleine restanten verdwijnen vanzelf.
Verpotten of in de volle grond
Voor de eerste twee tot drie jaar kun je je palm in dezelfde pot houden. Daarna groeit hij zo langzaam dat verpotten eigenlijk niet nodig is, maar je kunt het wel doen.
Verpot alleen in het voorjaar en kies een pot die niet veel groter is dan de vorige. Gebruik goed drainerende potgrond, bijvoorbeeld palmengrond of standaard potgrond met wat extra perliet door elkaar.
In Noord-Europese klimaten is het moeilijk om deze palm rechtstreeks in de grond te zetten. Hij overleeft milde winters wel, maar niet alle winters. Als je het toch probeert, kies een zeer beschermde plek tegen een zuidmuur, zorg voor goede drainage en bescherm hem elk jaar tegen vorst.
Ziekten en plagen
De Trachycarpus Wagnerianus heeft niet veel last van plagen, vooral niet in Noord-Europese klimaten. Spinnenmijten kunnen soms voorkomen in droge lucht binnenshuis. Spuit de bladeren regelmatig in met water en zorg voor voldoende luchtvochtigheid.
Schildluizen zijn zeldzaam maar kunnen soms opduiken. Je ziet kleine bruine bultjes op de bladstelen. Veeg ze af met een doekje en wat spiritus, of gebruik een biologisch bestrijdingsmiddel als het erger wordt.
Ziekten zijn zeer zeldzaam. De beste voorkoming is goede verzorging: niet te veel water, genoeg licht en voldoende ventilatie.