Geen producten
Tigerlemon
De Tigerlemon is een fruitboom met opvallend gestreepte citroenen en een compact groeipatroon. Hij houdt van veel licht en warmte en geeft je met goed onderhoud regelmatig oogsten.
Standplaats
Zet je Tigerlemon op een zeer lichte plek, bij voorkeur direct achter een raam waar hij veel zon krijgt. Minstens zes uur rechtstreeks zonlicht per dag is ideaal. Hoe meer zon, hoe beter de fruitvorming.
Zorg dat de lucht rond de plant goed kan circuleren. Dit voorkomt vochtproblemen en helpt tegen ziekten. Vermijd tochtige plekken die extreme temperatuurschommelingen veroorzaken.
Water geven
Geef water wanneer de bovenste twee centimeter van de grond voelt droog aan. Giet dan grondig tot water onderuit komt. Zorg dat overtollig water altijd uit de pot kan via de drainagegaten.
In de groeiperiode (voorjaar en zomer) heeft de boom meer water nodig dan in herfst en winter. Gebruik water dat niet te koud is, bij voorkeur ongeveer dezelfde temperatuur als de kamer.
Citrusbomen houden niet van natte voeten. Als je voortdurend te veel water geeft, rotten de wortels weg. Beter één dag te droog dan één dag te nat.
Bemesting
Geef voeding tijdens het groeiseizoen, van april tot september. Eenmaal per twee weken is voldoende. Kies een meststof die speciaal voor citrusplanten is gemaakt, want die bevat de juiste verhouding voedingsstoffen.
In herfst en winter geef je veel minder of helemaal geen voeding. De boom groeit dan langzamer en heeft minder nodig. Volg altijd de dosering op het etiket.
Overwinteren
De Tigerlemon kan buiten staan zolang het niet vriest. Zet de boom pas naar buiten wanneer de nachtvorst voorbij is. Haal hem naar binnen zodra het eerste nachtelijke vorst dreigt.
Binnen overwinteren op een koele en zeer lichte plek, bij voorkeur tussen 5 en 15 graden. Een vensterbank vlakbij glas werkt goed. Giet sparerzaam, alleen genoeg om de grond niet volledig uit te laten drogen.
Citrusbomen kunnen lichte vorst heel kort overleven, maar het beschadigt ze. Het is veel veiliger om ze binnenshuis over te winteren.
Gele bladeren en bladverlies
Gele of vallende bladeren duiden meestal op problemen met water of voeding. Controleer eerst of je niet te veel of te weinig geeft. Zorg dat de pot goed afwatert.
Plotseling bladverlies kan ook door tocht of grote temperatuurschommelingen komen. De boom heeft enige tijd nodig om aan zijn nieuwe omgeving te wennen, en dit kan bladverlies veroorzaken.
Controleer ook of de grond genoeg voeding bevat. Gele bladeren terwijl de nerven groen blijven kunnen duiden op een gebrek aan ijzer. Geef dan een voeding speciaal voor citrusplanten.
Snoeien
Snoeien is niet strikt nodig, maar je kunt de boom in vorm houden door dode of beschadigde takken te verwijderen. Dit doe je het best in het voorjaar, voordat de groei echt op gang komt.
Als je veel snoeien doet, krijg je minder vruchten in datzelfde jaar. De boom besteedt energie aan het aanmaken van nieuw blad in plaats van vruchten. Beperk jezelf tot het noodzakelijke.
Verpotten
Verpot de boom om de twee tot drie jaar, in het voorjaar. Gebruik verse citrusgrond of een goed doorlatende grondmix met veel organisch materiaal. Maak de gaten in de nieuwe pot schoon zodat water goed weg kan.
Kies een pot niet meer dan twee tot drie centimeter groter in diameter dan de vorige. Een pot die veel te groot is, zorgt voor natte grond en wortelrot.
Zet de boom na het verpotten een paar weken op een iets schaduwrijkere plek om van het verpotten bij te komen. Geef voedsel pas weer na vier tot zes weken.
Ziekten en plagen
Spintmijten en schildluizen zijn de meest voorkomende plagen. Je ziet spintmijten aan een fijn web onder de bladeren en gele spikkels. Schildluizen zie je als bruine bolletjes op takken en bladeren.
Controleer je boom regelmatig, vooral onder de bladeren. Bij ontdekking kun je ze wegvegen met een doek of behandelen met een passend bestrijdingsmiddel.
Echte schimmelziekten zijn minder gewoon als de boom goed ventileert en je niet overbemt. Zorg voor goede luchtcirculatie en vermijd natte bladeren.
Bloei en vruchten
De Tigerlemon bloeit in het voorjaar en draagt dan kleine, witte bloemen. Ze ruiken aangenaam. Niet alle bloemen worden vruchten: dit is normaal.
De vruchten zijn eetbaar en hebben een opvallend gestreept patroon met geel en oranje. Ze rijpen enkele maanden na de bloei. Pluk ze wanneer ze volledig gekleurd zijn.
Als je boom weinig of geen bloei geeft, kan dit liggen aan onvoldoende licht, te veel stikstof of onregelmatige watergift. Een periode van iets droger en kouder overwinteren stimuleert bloei.