Geen producten
Sinaasappelboom
De sinaasappelboom houdt van licht en warmte. Met de juiste verzorging groeit hij goed en draagt hij veel vruchten.
Standplaats
Zet je sinaasappelboom op de zonnigste plek die je hebt. Hij heeft minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig. Hoe meer zon, hoe beter hij groeit en bloeit.
Binnen plaats je hem voor een raam op het zuiden of westen. Buiten kan hij in de volle zon staan. Zorg wel dat hij niet in de wind staat. Dat droogt hem te snel uit.
Water geven
Geef water zodra de bovenste laag van de grond droog aanvoelt. Dat is meestal om de twee tot drie dagen in de groeiperiode (lente en zomer). In de herfst en winter geef je minder water.
Giet voorzichtig rond de stengel tot water uit de drainage komt. Zorg dat overtollig water altijd uit de pot kan via de drainagegaten. Zet hem nooit in stilstaand water.
In de winter geef je alleen genoeg water om de grond niet volledig uit te laten drogen.
Bemesting
Geef voeding tijdens de groeiperiode, van het voorjaar tot en met september. Je kunt elke twee tot drie weken voeding geven met de halve aanbevolen sterkte. Stop in de herfst en winter.
Gebruik voeding voor citrusbomen of fruitbomen. Deze heeft de juiste verhouding van voedingsstoffen voor bloei en vruchtgroei.
Overwinteren
De sinaasappelboom verdraagt lichte vorst tot ongeveer min vijf graden, maar voelt zich het prettigst boven de tien graden. Zet hem in de winter op een luchtplaats binnenshuis waar het koel en licht is.
Koud en donker overwinteren kan ook: de boom verliest dan bladeren, maar komt in het voorjaar weer uit. Dit gebeurt heel voorzichtig, alleen als je geen betere plek hebt.
Zet de boom pas naar buiten wanneer de nachtvorst voorbij is.
Gele bladeren en bladverlies
Gele bladeren zijn vaak een teken van te veel water of slechte afwatering. Controleer de drainagegaten en zorg dat de grond niet constant nat is.
Bladverlies in de winter is normaal en geen probleem. De boom komt weer uit als het warmer wordt. Bladverlies in de groeiperiode wijst meestal op te weinig licht, te lage temperatuur of onregelmatig water geven.
Snoeien
Je hoeft je sinaasappelboom niet te snoeien als je wilt dat hij vol groeit. Wil je hem compacter houden, snij je in het vroege voorjaar de lange scheuten tot op ongeveer twintig centimeter in.
Verwijder dode of beschadigde takken altijd. Zorg voor goede doorluching door dicht opeenstaande takken wat uit te dunnen.
Verpotten
Verpot je boom elke twee tot drie jaar in het voorjaar, net voordat hij gaat groeien. Kies een pot die twee tot drie centimeter groter in diameter is dan de huidige pot.
Gebruik potgrond voor citrusbomen of een mengsel van tuingrond met zand of perliet voor betere afwatering. Zorg dat het water goed kan afvloeien. Na het verpotten geef je voorzichtig water.
Ziekten en plagen
Binnen kan de boom last krijgen van sprinkhanen, wittevlieg of schaalinsecten. Je ziet dit aan plakkerige uitwerpselen op de bladeren of bijvoorbeeld aan witte wolletjes in de hoeken.
Spuit de bladeren regelmatig af met water. Dit helpt veel. Voor ernstige besmetting kun je een biologische bestrijding gebruiken die geschikt is voor citrusplanten. Volg de aanwijzingen op de verpakking op.
Bloei en vruchten
Je sinaasappelboom bloeit in het voorjaar en draagt tegen het einde van de zomer vruchten. Bloemen zijn klein, wit en ruiken heerlijk.
Voor veel bloemen en vruchten heb je drie dingen nodig: veel licht, regelmatig water en voeding. Een boom buiten draagt meer vruchten dan een boom binnen, omdat hij meer licht krijgt.
De vruchten zijn eetbaar. Ze rijpen geel-oranje af. Ze kunnen vier tot zes weken nodig hebben om hun volle smaak te bereiken.