Geen producten
Mandarijnenboom
De mandarijnenboom is een fruitboom die graag in het zonlicht staat en regelmatig water nodig heeft. Met goed onderhoud en de juiste winterverzorging draagt hij jaar na jaar veel zoete, eetbare vruchten.
Standplaats
Plaats je mandarijnenboom op een plek met veel direct zonlicht. Minstens zes uur zon per dag is ideaal, liever meer. Hij groeit ook in wat minder licht, maar draagt dan minder vruchten.
Zorg dat hij beschermd staat tegen sterke wind. Binnen in huis kan hij op een zonnig vensterbank, maar de luchtcirculatie is niet optimaal. Het liefst staat hij buiten in de zomer.
Water geven
Water je mandarijnenboom regelmatig, maar niet nat. De grond mag tussen twee keer wateren voelen in je hand: vochtiger dan droog, maar niet doorweekt. In de zomer geef je meer water dan in de winter.
Zorg dat overtollig water altijd uit de pot kan via de drainagaten. Staand water om de wortels veroorzaakt rot. In zeer warme periodes heb je mogelijk dagelijks water nodig. In de winter veel minder.
Bemesting
Geef je boom van april tot oktober voeding. Een mengsel voor citrusboomen is ideaal. Volg de dosering op de verpakking en geef dit om de twee weken.
In het winter- en rustseizoen (november tot maart) geef je geen voeding. Na het verpotten hoef je minstens drie maanden niet bij te mesten, omdat de verse potgrond voedingstoffen bevat.
Overwinteren
De mandarijnenboom verdraagt vorst slecht en kan alleen buiten blijven in een mild Noord-Europees klimaat. In strenger klimaat breng je hem binnenhuizen voor de winter.
Zet de boom pas naar buiten wanneer de nachtvorst voorbij is. Binnen houdt hij het liefst tussen 10 en 15 graden Celsius. Een koele, heldere plaats in huis is perfect. In warmer interieur verliest hij eerder bladeren.
Water je boom in de winter veel minder dan in de zomer, maar genoeg zodat de grond niet volledig uitdroogt. Luchtvochtigheid is laag binnen. Zet de pot op een schotel met natte steentjes om het beter te maken.
Gele bladeren en bladverlies
Gele bladeren wijzen meestal op te veel water of te weinig voeding. Controleer eerst of de grond niet nat is. Laat hem grondiger uitdrogen tussen twee keer wateren.
Bladverlies gebeurt snel door plotselinge temperatuurveranderingen, tocht of verplaatsing naar een donkerder plek. Ook te veel water veroorzaakt dit. Zet de boom niet in de tocht en vermijd abrupte verplaatsingen.
In de winter verliest hij soms wat bladeren door lage luchtvochtigheid. Dit is niet erg en groeit meestal weer aan in het voorjaar.
Snoeien
Snoei je boom in het voorjaar, net nadat hij naar buiten gaat of vlak voor het groeiseizoen begint. Snij afgestorven en zwak groeiende takken weg en maak de kroon lichter.
Zware snoeibeurten doen de boom goed, hij vertakt zich daarna voller. Je kunt hem zo ook in vorm houden. Gebruik een schoon, scherp mes of schaar.
Verpotten
Verpot je mandarijnenboom elk voorjaar, of minstens eens in de twee jaar. Doe dit net voor het groeiseizoen begint. Kies een pot die twee centimeter groter in diameter is dan de vorige.
Gebruik potgrond speciaal voor citrusboomen, of maak een mengsel van tuingrond met zand voor goede afwatering. Zorg dat het drainagegat dicht genoeg zit zodat grond niet uitvalt, maar water wel kan ontsnappen.
Na het verpotten plaats je hem terug op zijn vertrouwde plek en behandel je hem normaal. Hij hoeft de eerste maand niet extra voeding.
Ziekten en plagen
Meeldauw en schimmelrot kunnen voorkomen, vooral binnen waar de lucht stil staat. Goed luchtdoorgang en niet te veel water helpen dit te voorkomen. Verwijder aangetaste bladeren meteen.
Schildluizen en wolluizen kom je soms tegen op citrusboomen. Je ziet kleine bruine of witte bolletjes op stengels en bladeren. Spuit ze af met water of behandel met insectzeep volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Bloei en vruchten
De mandarijnenboom bloeit in het voorjaar en draagt daarna vruchten. Geurige witte bloemen verschijnen tussen het blad, en daar groeien later kleine groene vruchten uit.
De vruchten kunnen maanden groeien en pakken kleur vanaf het najaar. Het duurt tot diep in de winter voor ze volledig rood of oranje zijn. Afhankelijk van de soort zijn ze rond maart tot mei oogstrijp.
Voor meer vruchten zorg je voor veel zonlicht, regelmatige voeding in het groeiseizoen en een duidelijk kouder winters rustperiode. Oogst de vruchten voorzichtig: draaien en trekken, niet scheuren.